|
Profiel Taalvaardigheid Praktische Beroepen (PTPB) - niveau A2
Het Profiel ‘Taalvaardigheid Praktische Beroepen’ (PTPB) omvat de taalvaardigheid die nodig is om in het Nederlands op de werkvloer te kunnen functioneren.
Dit profiel is bedoeld voor mensen die het Nederlands nodig hebben om te kunnen functioneren in een praktisch beroep (bijvoorbeeld in de bouw, transport, techniek, industrie, zorg en horeca). Zij moeten mondeling en schriftelijk kunnen omgaan met teksten die op de werkvloer voorkomen.
PTPB komt globaal overeen met niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader (Common European Framework of Reference).
Type examenopdrachten
Auditief (Luisteren)
Bronnen: telefooncomputer, bestelformulier, reparatieformulier, voicemailberichten.
Doel: de juiste keuze maken bij een telefooncomputer, formulieren correct invullen n.a.v. opdrachten van werkgever of klanten.
Schriftelijk (Schrijven)
Bronnen: veiligheidsvoorschriften, folder met cursusaanbod, bedrijfsformulieren en handleidingen.
Doel: problemen signaleren n.a.v. foto’s die de veiligheidssituatie in het bedrijf weergeven, geschikte cursus selecteren en eenvoudig aanmeldingsformulier invullen, meerkeuzevragen beantwoorden over bedrijfsformulieren en handleidingen.
Mondeling (Spreken)
de studenten moeten eenvoudige informatie kunnen geven of een verzoek doen in een werksituatie.
Voor oefentoetsen en tussentijdse metingen kan gebruikt worden gemaakt van de toetsen in de toetsenbank van het CNaVT (profiel PTPB).
Trajecten
De materialen onder ‘aanvullend materiaal’ zijn nodig om studenten goed voor te bereiden op het type opdrachten van het CNaVT-examen.
Traject 1
| Basismethode | Aanvullend materiaal |
| A2 | Code 1 | Luisteren: evt. delen uit Versta je vak 1 en 2 Spreken: evt. delen uit Vakgesprekken |
Het aanvullend materiaal kan gebruikt worden om studenten voor te bereiden op de werksfeer. Voor de voorbereiding op het type opdrachten van het examen is aanvullend materiaal echter niet noodzakelijk, want Code 1 bevat veel opdrachten die op het examen voorkomen in een wat algemenere context.
Traject 2
| Basismethode | Aanvullend materiaal |
| A2 | De Delftse methode | Luisteren: delen uit Versta je vak 1 en 2 Schrijven: Zet het op papier 1 en 2 Spreken: Spreek Vaardig! / opdrachten uit Leren spreken / delen uit Vakgesprekken |
Traject 3
| Basismethode | Aanvullend materiaal |
| A2 | Help! 1 | Luisteren: delen uit Versta je vak 1 en 2 Schrijven: evt. Zet het op papier 1 en 2 Spreken: Spreek Vaardig! / opdrachten uit Leren spreken / delen uit Vakgesprekken |
Traject 4
| Basismethode | Aanvullend materiaal |
| A2 | Taal Vitaal (meer op grammatica / invullen gericht) | Luisteren: delen uit Versta je vak 1 en 2 Schrijven: Zet het op papier 1 en 2 Spreken: Spreek Vaardig! / opdrachten uit Leren spreken / delen uit Vakgesprekken |
Traject 5
| Basismethode | Aanvullend materiaal |
| A2 | Vanzelfsprekend (meer op grammatica / invullen gericht) | Luisteren: delen uit Versta je vak 1 en 2 Schrijven: Zet het op papier 1 en 2 Spreken: Spreek Vaardig! / opdrachten uit Leren spreken / delen uit Vakgesprekken |
Traject 6 - laagopgeleiden
| Basismethode | Aanvullend materiaal |
| A2 | IJsbreker deel 1 en 2 (leerlijn Professionele redzaamheid) | Luisteren: evt. delen uit Versta je vak 1 en 2 voor authentiek materiaal Schrijven: Zet het op papier 1 en 2 (de oefeningen in IJsbreker zijn grotendeels invuloefeningen) Spreken: evt. delen uit Vakgesprekken |
Traject 7 - jongeren
| Basismethode | Aanvullend materiaal |
| A2 | Taal vitaal op school | Luisteren: delen uit Versta je vak 1 en 2 Schrijven: Zet het op papier 1 en 2 Spreken: Spreek Vaardig! / opdrachten uit Leren spreken / delen uit Vakgesprekken |
N.B. Voor extra spreekopdrachten (in algemene context) kunnen docenten inspiratie opdoen in het boek Leren spreken dat ook veel werkbladen bevat.
Het lastige bij dit profiel is dat het materiaal dat goed aansluit op de werksfeer vaak niet als basismethode gebruikt kan worden, bijvoorbeeld omdat het niet geschikt is voor de allereerste beginners. De methode IJsbreker vormt hierop een uitzondering, voornamelijk met het tweede deel ‘Werken in Nederland’, maar dit materiaal is bedoeld voor laagopgeleiden en het tempo zal voor hogeropgeleide cursisten te traag zijn. Een ander nadeel is dat het materiaal dat de werkvloer als context heeft er steeds vanuit gaat dat de cursist al in Nederland leeft, bijvoorbeeld met opdrachten die buiten school moeten worden uitgevoerd.
Om basiskennis op te doen zal er gebruik gemaakt moeten worden van een ‘gewone’ methode, maar ervaring met taalsituaties uit de werksfeer zijn ook onontbeerlijk. Zo is er eigenlijk steeds meer dan één methode nodig.
De ‘beste’ methodes zijn Code 1 voor het type opdrachten van het CNaVT (maar hier is de werkvloer niet vertegenwoordigd) en IJsbreker 2 ‘Werken in Nederland’ (maar hier ligt het tempo laag).
|